Home > Vocabulary > Verbs > antwoorden

antwoorden – to answer

Infinitive · Regular verb · stem = antwoord- · Uses hebben

Antwoorden means to answer or to reply to a question, message, or email.

antwoorden op iets
(to answer something)

Most important forms

Tense Example
Present
ik antwoord nu (i answer now)
Past
ik antwoordde ( i answered)
Perfect
Ik heb al geantwoord. (I already answered)

Full conjugation of antwoorden

  • ik antwoord

  • jij antwoordt

  • hij / zij / ze antwoordt

  • wij antwoorden

  • jullie antwoorden

  • zij antwoorden

Past tense: -de / -den (because d is not in ’t kofschip)

  • ik antwoordde

  • jij antwoordde

  • hij / zij / ze antwoordde

  • wij antwoordden

  • jullie antwoordden

  • zij antwoordden

uses hebben

  • ik heb geantwoord

  • jij hebt geantwoord

  • hij / zij / ze heeft geantwoord

  • wij hebben geantwoord

  • jullie hebben geantwoord

  • zij hebben geantwoord

  • ik zal antwoorden

  • jij zult antwoorden

  • hij / zij / ze zal antwoorden

  • wij zullen antwoorden

  • jullie zullen antwoorden

  • zij zullen antwoorden

  • ik zou antwoorden

  • jij zou antwoorden

  • hij / zij / ze zou antwoorden

  • wij zouden antwoorden

  • jullie zouden antwoorden

  • zij zouden antwoorden

When do I use which tense?

Common mistakes

Ik ben geantwoord
Ik heb geantwoord

How antwoorden is used

Examples:

  • antwoorden op een vraag

  • antwoorden per e-mail